“Geen idee
hoe lang ik had gelopen
voordat ik het strand vond
voordat ik de zee voor me zag
En ik stuiterde mezelf
van het duin af naar beneden
Als een kind intens tevreden
Als de jongen die ik was
En de zon brak opgetogen
juichend door mijn hoofd in
Verbrandde daar de onzin
Verschroeide het tot as
En het water lachte ‘Kom dan, jongen
Vul je longen
Zoek je adem in mijn diepte
Vind je nieuw begin.”
Nieuw – Paul de Munnik
Het geluk van de zee | Jesse Twilhaar